Dit is het opinieartikel van Rick van der Woud (directeur Mensen met een Missie) en Hilde Deman (directeur Search for Common Ground) dat op 23-06-2026 in het Nederlands Dagblad verscheen.
Wanneer een conflict in de Hoorn van Afrika dreigt te ontvlammen, komt er soms eerst een vrouw. Geen generaal, geen gezant. Een geestelijke, geworteld in haar gemeenschap, die beide partijen al jaren kent.
Ze heten Women of Faith. Dit netwerk van religieuze vrouwen dat staat bijvoorbeeld op de officiële lijst van mediators van de IGAD, een samenwerkingsverband van acht landen in de regio. Ze worden gevraagd te bemiddelen als geweld oplaait. Maar vaker doen ze iets onopvallenders: ze zien het aankomen. Ze waarschuwen voor het escaleert. Ze grijpen in als het nog kan.
Waar menig mannelijk religieus leider vastzit in zijn eigen kamp, bouwen zij de brug. Naar de andere partij. Naar de hoofdstad. Naar de tafel waar over hen wordt beslist. Ze worden vertrouwd omdat ze blijven, ook als alle anderen weer vertrekken.
| Het kost minder dan een patrouille soldaten. Het werkt langer.
Het is een drukke maand voor de veiligheid. Afgelopen dinsdag stuurde het kabinet de Internationale Veiligheidsstrategie 2026-2030 naar de Kamer. Begin juli komen de regeringsleiders bijeen op de NAVO-top in Ankara. En in Brussel zijn de onderhandelingen over de Europese meerjarenbegroting voor de komende zeven jaar in volle gang.
Drie momenten. Eén lijn. Afschrikking staat centraal, defensie wordt wettelijk verankerd op 3,5% van het bbp, en oorlog is het uitgangspunt geworden. Oorlog is daarmee niet de uitzondering die je wilt voorkomen, maar de toestand waarop je je als samenleving inricht. Preventie blijft helaas een bijzin.
De Nederlandse strategie zegt het zonder omhaal. We moeten afscheid nemen van “een vredesmentaliteit en het vredesdividend”.
Dat is een keuze, geen constatering. Vrede is geen doel meer dat je nastreeft, maar hooguit iets wat overblijft als de afschrikking werkt.
Daar zit de vraag.
| Preventie is niet het zachte naast het harde. Preventie is wat het harde betaalbaar houdt.
Nederland doet dit werk al. Onder het programma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024-2031 financiert Buitenlandse Zaken vredesopbouw in Oekraïne. In Congo. In Zuid-Soedan. In Oekraïne houden lokale netwerken stand tijdens de oorlog. In Oost-Congo worden geruchten met gerichte digitale campagnes weerlegd voor ze in geweld omslaan. In Zuid-Soedan worden jongeren actief betrokken in vredeswerk voordat anderen hen inlijven in gewapende groepen. De ambassades kennen het werk. Ministers prijzen het in toespraken.
De cijfers liggen er. De wereldwijde kosten van geweld staan op bijna twintig biljoen dollar, bijna twaalf procent van het mondiale bbp. Aan vredesopbouw en peacekeeping werd slechts zevenenveertig miljard besteed. Dat is minder dan zes tienden van een procent van de militaire uitgaven. Voor elke dollar die geweld kost, geven we zes cent uit om het te voorkomen. De Verenigde Naties en de Wereldbank rekenden in 2018 voor dat een serieuze preventieve aanpak vijf tot zeventig miljard dollar per jaar zou besparen. Geld dat anders naar oorlog gaat. Naar ontheemding. Naar wederopbouw.
En toch staat het onder druk. In de begroting. In de strategie. En straks, als we niet oppassen, in de Europese meerjarenbegroting.
Het kabinet kan zeggen dat het instrumentarium samenhangt. Of het kan dat laten zien. Door preventie mee te laten bewegen met defensie. Niet als sluitpost, maar als onderdeel.
Het gaat om meer dan een regel in een beleidsstuk. De strategie schrijft het zelf: autocraten worden assertiever, de internationale rechtsorde staat onder druk. De geloofwaardigheid van Nederland en Europa hangt af van wat we kunnen. Afschrikken, voorkomen, bemiddelen. Aanwezig blijven waar anderen weggaan. Voor partners in het Zuiden. Voor bondgenoten in de EU. Voor de mensen wier dorp morgen wel of niet uiteenvalt. Daar wordt onze betrouwbaarheid gemeten. Niet alleen aan de inzet van tanks.
Dat vraagt om keuzes die op elkaar passen. Een postennet dat op veiligheid wordt versterkt, moet ook versterkt worden op preventie. Een NAVO die in Ankara over de aankoop van wapensystemen praat, moet ook praten over de goedkoopste vorm van veiligheid: die welke voorkomt dat het schieten begint, dialoog. Een meerjarenbegroting die miljarden voor Europese veiligheid en defensie vrijmaakt, mag vredesopbouw niet wegstrepen.
| We hebben een naam te verliezen. En op te bouwen.
Later dit jaar organiseren onze organisaties een bijeenkomst in de Tweede Kamer. Peacebuilders uit Oekraïne, Congo en Zuid-Soedan komen vertellen over wat hun werk doet. Wat er gebeurt voor het schieten begint. Wat er overblijft als het stopt. We hopen dat parlementariërs daar dezelfde vraag stellen die elke begroting stelt. Wat willen we ons kunnen permitteren.
Ergens in de wereld laait morgen weer een conflict op. Voor de gezanten arriveren, is er een vrouw die wordt gevraagd te bemiddelen. Geworteld, vertrouwd, gebleven. Het kost minder dan een patrouille soldaten.
Er is geen reden om die twee tegen elkaar uit te spelen. Er is alleen reden om ze allebei serieus te nemen.
Opinieartikel door Rick van der Woud (directeur van Mensen met een Missie) en Hilde Deman (directeur van Search for Common Ground)










