07 april 2026

Oorlog, trauma en conflict in Noord-Oeganda

Terug naar nieuwsoverzicht

Hoe dialoog een decennialang conflict eindelijk beëindigde

Toen Acayo Esther (54) en Auma Dorine (52) tegenover elkaar kwamen te staan op hetzelfde stuk land, stond er meer op het spel dan grond alleen. In Noord-Oeganda, waar de burgeroorlog al twintig jaar voorbij is maar trauma’s blijven, zijn conflicten over land gevaarlijk. Wat begon als een botsing tussen twee vrouwen groeide uit tot een ruzie die de hele gemeenschap raakte. Hun verhaal laat zien hoe snel conflict kan escaleren – en waarom dialoog in post-conflictgebieden geen luxe is, maar noodzaak.

In Noord-Oeganda zijn geen schoten meer te horen. Geen soldaten te zien. Toch leeft de burgeroorlog hier voort, in de mensen, in gedrag en in relaties. Tussen 1987 en 2006 werden hele dorpen ontwricht. Miljoenen mensen brachten jaren door in vluchtelingenkampen, afgesneden van hun land en vaak ook van familie.

Toen ze na de oorlog terugkeerden naar hun dorpen, was niets meer hetzelfde. Stukken land die generaties lang zonder discussie waren gebruikt, bleken ineens betwist. Grenzen die vroeger mondeling werden doorgegeven, waren verdwenen. En aandacht voor wat ze hadden meegemaakt, was er niet. In die leegte moesten ze zelf hun weg vinden.

Auma Dorine

Acayo en Auma waren allebei tieners toen de oorlog uitbrak. Acayo verloor haar vader en oom aan het geweld; Auma was twaalf toen de rebellen haar meenamen. Meer dan twee jaar leefde zij in gevangenschap. “Ik was nog een kind. Een kind dat moest toekijken hoe mensen gedood werden.”

Toen de oorlog voorbij was, keerden ze allebei terug naar hun geboortedorp: Opit. Nu als volwassen vrouwen, beiden alleenstaande moeders. Op zoek naar manieren om hun kinderen te eten te geven en naar school te kunnen laten gaan. Land was daarbij hun enige hoop. Het was in die context dat hun paden elkaar kruisten.

Twee levens, één stuk grond

Want toen Acayo na haar terugkeer vol goede moed naar haar land toog, trof ze daar tot haar verbazing een andere vrouw aan, die al aan het planten was. Auma: “Na de oorlog vond ik dit verlaten stuk grond, het was vrij. Ik had heel hard geld nodig voor mijn gezin, dus besloot ik het land te cultiveren.” Acayo was ervan overtuigd dat dit stuk grond van haar familie was geweest, maar door het overlijden van oudere generaties en ontbrekende landsgrenzen, kon ze dat niet bewijzen. “Auma weigerde weg te gaan, wat ik ook probeerde.”

Acayo Esther

Een heftige ruzie volgde. En daar bleef het niet bij; de confrontaties stapelden zich op. Telkens als Acayo naar het land ging, stond Auma er al. “Elke keer als we elkaar op het land tegenkwamen, braken er grote ruzies uit.” Het conflict begon uit de hand te lopen, wat uiteindelijk de hele gemeenschap raakte. Auma: “Ik verbood mijn kinderen met de kinderen van Acayo te spelen. Ik vertrouwde haar voor geen cent.”

Buren kozen partij, dorpsgenoten gingen zich ermee bemoeien. Gemeenschapsleiders en lokale autoriteiten deden hun best de ruzie op te lossen. Zonder succes. Sterker nog, het conflict begon fysiek te worden. Elke poging tot verzoening leek het alleen maar groter te maken. Oude pijn, wantrouwen en angst lagen steeds aan de oppervlakte. “Het liefst vermeed ik haar volledig,” zegt Auma. Acayo knikt. “We waren bang dat er uiteindelijk iemand zou sterven.” Twintig jaar lang zorgde dit conflict voor verdeeldheid en de dreiging van geweld in het dorp.

De man die bleef terugkomen

Religieus leider Omona Richard wist wat er tussen Acayo en Auma speelde. Hij zag de impact die het had op het dorp en hoe het niemand lukte om de vrouwen dichter bij elkaar te brengen. Na een training in conflictbemiddeling besloot hij het toch ook te proberen. Hij ging langs bij Acayo, en bij Auma. Maar de vrouwen stonden in eerste instantie niet open voor zijn hulp. Regelmatig stuitte hij op scheldpartijen. “Ik dacht dat hij mij mijn land wilde afnemen,” legt Auma haar weerstand uit. Maar Omona gaf niet op. Hij bleef langsgaan, bleef met ze praten. “Ik had me toegewijd aan het brengen van vrede, ik stopte al mijn tijd en moeite erin.”

Omona Richard

Geen uitzondering, maar een patroon

De ruzie tussen Acayo en Auma staat niet op zichzelf. Volgens Okot Denis Michael, projectmedewerker van Acholi Religious Leaders Peace Initiative (ARLPI), komen dit soort conflicten sinds het einde van de burgeroorlog veel voor. “Mensen keerden terug zonder duidelijke grenzen, wat voor veel verwarring zorgde,” zegt hij. “Een rechtszaak kan jaren duren en kost geld dat mensen hier niet hebben. Daardoor blijven conflicten liggen en worden ze persoonlijk. Er zijn zelfs mensen vermoord om landconflicten.”

Juist daarom werkt ARLPI samen met Mensen met een Missie binnen The Peace Project, een meerjarig programma dat werkt aan dialoog en bemiddeling in door oorlog getraumatiseerde gemeenschappen. Onderdeel van de aanpak is het versterken van lokale leiders zodat zij kunnen bemiddelen bij conflicten in hun gemeenschap. Volgens Okot is dat noodzakelijk omdat ruzies over land zelden alleen over grond gaan. “Ze zijn verweven met oorlogservaringen, verlies en jarenlange onzekerheid.” Oude wonden en wantrouwen kunnen dan snel tot escalatie leiden.

Religieuze en gemeenschapsleiders zoals Omona worden getraind om conflicten rond land via dialoog te kunnen begeleiden. Die inzet vraagt langdurige betrokkenheid. Okot benadrukt dat bemiddeling geen eindpunt is. “Conflicten kunnen terugkomen,” zegt hij. Daarom blijven lokale leiders betrokken bij families en gemeenschappen, ook na het maken van afspraken. Juist dat blijven terugkomen maakt volgens hem het verschil in een regio waar mensen verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt.

Okot Denis Michael (l) & Omona Richard (r)

Wat er verandert als praten lukt

Na zoveel jaar van conflict kwam de doorbraak voor Acayo en Auma niet vanzelf. Maar hij kwam uiteindelijk wel. Omona doel was niet uitzoeken wie nou gelijk had. Het ging over iets anders: hoe twee mensen, die elkaar jarenlang alleen als tegenstander hadden gezien, weer naast elkaar konden bestaan zonder voortdurende angst.

Zijn aanpak zorgde uiteindelijk voor een ingrijpende verschuiving. Auma: “Omona sprak met ons over vergeving en compromis… langzaam verzachtte mijn hart,” zegt ze. “Ik weet nu hoe belangrijk het is om te praten.” Ook voor Acayo veranderde er veel. “Ik realiseerde me dat je met bitterheid niks opschiet.”

Toen de woede en het wantrouwen langzaam plaatsmaakten voor gesprek, konden er praktische afspraken worden gemaakt over het land. Acayo en Auma hebben nu elk een deel. Acayo: “We hebben vrede gesloten en besloten met liefde en vertrouwen verder te gaan.” Hun kinderen spelen weer met elkaar en in het dorp keert de rust langzaam terug. Auma: “We kunnen elkaar nu weer aankijken.”

Vrede vraagt blijven

Het verhaal van Acayo en Auma laat zien hoe een oorlog die twintig jaar geleden eindigde nog altijd nieuwe conflicten voortbrengt. Zonder mensen die blijven bemiddelen en gesprekken mogelijk maken, blijven deze conflicten bestaan – of escaleren ze opnieuw. Daarom werkt Mensen met een Missie samen met lokale partners en gemeenschapsleiders in Noord-Oeganda aan het herstellen van relaties in getraumatiseerde gemeenschappen. Niet snel en niet zonder risico, maar stap voor stap.

Want vrede ontstaat niet vanzelf. Ze vraagt tijd, nabijheid en mensen die blijven, juist wanneer praten onmogelijk lijkt.