Het coalitieakkoord van CDA, VVD en D66 zet de lijnen uit voor een minderheidskabinet in een tijd van geopolitieke onrust, maatschappelijke spanningen en toenemende polarisatie. Het akkoord toont realisme en ambitie, maar laat hier en daar ook lacunes zien. Juist die lacunes bepalen of beleid uitvoerbaar, legitiem en duurzaam zal zijn.
Tegelijkertijd is dit een politiek slim akkoord. Het is zichtbaar geschreven met het oog op haalbaarheid in een versnipperd parlementair landschap. De keuzes zijn zodanig geformuleerd dat zij ruimte laten voor onderhandeling, bijstelling en verbreding. Dat is geen zwaktebod, maar bewuste strategie in een minderheidscontext.
Voor Mensen met een Missie is helder: een kabinet zonder vaste meerderheid kan zich geen beleidsmatige eenzijdigheid veroorloven. Waar het akkoord inzet op macht, toezicht en instrumentele sturing, zal het moeten worden aangevuld met maatschappelijke verankering, moreel gezag en (lokaal) draagvlak. Die onderkenning is duidelijk bij de coalitiepartners aanwezig. Lof verdient ook de integrale benadering van complexe problemen als die rond klimaat, migratie, en veiligheid.
Hieronder lichten wij toe waar het akkoord tekortschiet, en welke voorstellen wij doen om die tekortkomingen te adresseren.
Daarbij geldt één overkoepelende randvoorwaarde: dit akkoord zal alleen werkelijkheid worden als de ministersploeg bestaat uit verbindende, excellente bestuurders. Bestuurders die niet alleen dossiers beheersen, maar ook kunnen schakelen tussen politiek, samenleving en uitvoering. Die gezag kunnen opbouwen zonder te polariseren, en die weten dat draagvlak geen bijzaak is maar een voorwaarde. Zonder dat type leiderschap blijft dit akkoord bestuurlijk correct, maar politiek kwetsbaar.
Preventie van radicalisering: te veel staat, te weinig samenleving
Het coalitieakkoord onderkent terecht de dreiging van radicalisering en extremisme, maar benadert preventie grotendeels vanuit het perspectief van veiligheid, toezicht en handhaving. Preventie wordt genoemd, maar blijft beleidsmatig ondergeschikt aan repressieve instrumenten.
Daarmee dreigt preventie van gewelddadig extremisme te verworden tot een verlengstuk van veiligheidsbeleid, terwijl juist sociale dynamiek, identiteitsvorming en zingeving bepalend zijn in radicaliseringsprocessen.
Voorstel: maatschappelijk akkoord PCVE
Mensen met een Missie pleit voor een expliciet maatschappelijk akkoord rond preventie van gewelddadig extremisme, waarin overheid en maatschappelijke partners gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen.
In zo’n akkoord erkent de overheid dat preventie niet afdwingbaar is zonder lokaal vertrouwen. Maatschappelijke en religieuze organisaties krijgen een structurele rol in vroegsignalering, dialoog en normstelling. Preventie wordt verankerd in onderwijs, jongerenwerk, geloofsgemeenschappen en lokale netwerken. Zonder deze maatschappelijke pijler blijft PCVE beleidsmatig correct, maar sociaal ineffectief.
Faciliteer daarnaast, ook met financiële middelen, multistakeholder leerprocessen en internationale kennisuitwisseling tussen overheden, de veiligheidssector, en werkelijk lokaal gewortelde maatschappelijke spelers.
Internationale veiligheid en ontwikkelingssamenwerking: strategisch, maar smal
Het kabinet kondigt aan te investeren in ontwikkelingssamenwerking en een stap te zetten richting de OESO-norm. Tegelijkertijd wordt ontwikkelingssamenwerking vrijwel volledig geframed als instrument voor veiligheid, migratiebeheersing en geopolitieke concurrentie.
Menselijke waardigheid, lokale civil society en religieuze vredesnetwerken worden nauwelijks benoemd, maar zouden moeten worden uitgewerkt. Die instrumentele benadering is begrijpelijk, maar riskant. Ontwikkelingsbeleid dat primair strategisch wordt ingezet, verliest zonder maatschappelijke inbedding zijn geloofwaardigheid en effectiviteit.
Voorstel: maatschappelijke borging van strategische OS
Wij stellen voor om ontwikkelingssamenwerking expliciet te koppelen aan maatschappelijke en religieuze partnerschappen. In die partnerschappen zijn vrouwenrechten, religievrijheid en dialoog niet alleen beleidsdoelen, maar werkprincipes.
Lokale vredes- en geloofsnetwerken worden ingezet als stabiliserende factor. Geopolitieke belangen worden verbonden met lokaal vertrouwen. Zonder deze borging blijft ontwikkelingssamenwerking ambitieus op papier, maar kwetsbaar in de praktijk. Integratie met bijvoorbeeld veiligheid en andere relevante beleidsterreinen blijft dan ook onontbeerlijk.
Religie: veel toezicht, weinig partnerschap
Het akkoord benadrukt vrijheid van godsdienst, maar plaatst religie tegelijkertijd sterk in een risicokader: buitenlandse inmenging, onderdrukking van vrouwen, haatprediking. Dat zijn reële problemen, maar de reactie van de coalitiepartijen is onevenwichtig en niet goed geïnformeerd.
Religieuze geletterdheid binnen overheden is en blijft nodig. De nadruk ligt op meldpunten, toezicht, financieringscontrole en zwarte lijsten. Religie verschijnt vooral als iets dat beheerst moet worden. Daarmee dreigt het kabinet juist die partners van zich te vervreemden die nodig zijn om integratie, veiligheid en normverandering van binnenuit te realiseren.
Voorstel: partnerschap met normdragende religieuze actoren
Mensen met een Missie pleit voor een expliciete keuze: niet religie reguleren óf dialoog voeren, maar beide combineren. Dat vraagt inderdaad zoals in het coalitie-akkoord gesteld om een onderscheid tussen religieuze organisaties die democratische waarden actief dragen en organisaties die integratie ondermijnen.
De eerste groep verdient structurele betrokkenheid bij beleid rond integratie, preventie en veiligheid. Interreligieuze dialoog moet daarbij niet als randprogramma worden behandeld, maar als volwaardig beleidsinstrument. Zonder dit onderscheid wordt religie gereduceerd tot probleem, terwijl zij in werkelijkheid ook deel van de oplossing is.
Verder is het van groot belang om breed binnen de overheid te investeren in religieuze geletterdheid. De manier waarop het ministerie van Buitenlandse Zaken dit aanvliegt voor haar ambtenaren kan hiertoe als voorbeeld dienen.
Tot slot blijft het voor het buitenlandse beleid noodzakelijk om te investeren in een Speciaal gezant voor Godsdienstvrijheid die met mandaat en middelen kan opereren. Coördinatie tussen de Speciaal Gezant en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid rond hun inspanningen op het bevorderen van de interreligieuze dialoog is dringend gewenst.
Polarisatie: erkend probleem, onderontwikkeld beleid
Het akkoord benoemt terecht de verruwing van het maatschappelijk debat en het belang van democratisch ethos, maar vertaalt dit vooral naar wetgeving, onderwijs en handhaving.
Wat ontbreekt is een visie op polarisatie als relationeel en lokaal proces. Polarisatie ontstaat niet in de politieke arena van Den Haag, maar in buurten, scholen, verenigingen en online gemeenschappen. Zonder lokale interventies blijft het beleid abstract en reactief. En zonder oog voor de internationale dimensie van polarisatie blijven beleidsinterventies ineffectief.
Voorstel: maatschappelijk akkoord tegen lokale polarisatie
Wij pleiten voor een maatschappelijk akkoord tegen polarisatie op lokaal niveau, waarin gemeenten, maatschappelijke organisaties en geloofsgemeenschappen samenwerken.
Dit akkoord richt zich op structurele ondersteuning van lokale dialoog, conflictbemiddeling en ontmoeting, en op het vroegtijdig adresseren van spanningen voordat zij escaleren. Polarisatie bestrijd je niet met regels alleen, maar met relaties.
Tot slot
Dit coalitieakkoord is zichtbaar geschreven met oog voor politieke realiteit en bestuurlijke haalbaarheid. Dat verdient erkenning. Maar haalbaarheid alleen is niet genoeg. In een samenleving die onder spanning staat, vraagt beleid om gezag, nabijheid en morele helderheid.
Waar het akkoord sterk leunt op staatsinstrumenten, is maatschappelijk mede-eigenaarschap noodzakelijk. Mensen met een Missie nodigt het kabinet uit om die stap expliciet te zetten. Dat is bestuurlijke noodzaak.
Want veiligheid zonder samenleving is broos.
En beleid zonder dialoog houdt geen stand.









