Het kastenstelsel is inmiddels ruim 65 jaar verboden, maar de rechten van de laagste klasse worden nog steeds op grote schaal geschonden in India. Mensenrechtenverdediger Ambrose Christy zet zich al meer dan 20 jaar in voor groepen uit de laagste kasten in Zuid-India zoals de Adivasi en Dalits. Vijf vragen aan deze held.

1. U hebt rechten gestudeerd en heeft jaren gewerkt als advocaat. Wat heeft u ertoe gezet om mensenrechtenverdediger te worden?

“Ik ben van jongs af aan maatschappelijk betrokken. Bij het zien van de vreselijkste zaken omtrent mensenrechtenschendingen in de rechtszaal, wist ik dat er een andere rol voor mij was weggelegd. Het voelde niet goed om te oordelen over goed en slecht. Alsof ik te laat was: het leed is dan immers al geschiedt. Ik wilde mijn kennis en ervaring inzetten om onrecht te voorkomen in plaats van te genezen.”

Ik wilde voorkomen in plaats van genezen.

2. Hoe komt het dat de rechten van gemarginaliseerde groepen zoals de Adivasi nog steeds worden geschonden, ondanks dat dit verboden is?

“De overheid van India heeft in 2006 een wet ingevoerd waardoor burgers aanspraak kunnen maken op stukken grondgebied. Tot op de dag van vandaag heeft geen enkele Adivasi grond in zijn bezit. Dat komt enerzijds doordat het bureaucratische systeem van India de Adivasi benadeeld, anderzijds komt het door de grote onwetendheid die er bestaat. Daar is waar wij te hulp schieten: wij trainen een groep Adivasi tot zogenaamde ‘barefoot lawyers’. Zij maken andere mensen in hun gemeenschap bewust van hun rechten, zodat zij ervoor kunnen zorgen dat de overheid hen het land toe-eigent waar zij recht op hebben.”

Tot op de dag van vandaag bezig geen enkele Adivasi grond.

3. Seksueel geweld tegen Dalit vrouwen komt in India veel voor. Hoe pakken jullie dat aan in een land met een zwak rechtssysteem?

“Dat veel daders vrijuit gaan heeft niet zozeer te maken met het rechtssysteem van India. Het heeft vooral te maken met het taboe dat heerst rondom seksueel geweld. Veel vrouwen durven geen aangifte te doen of weten niet hoe dat moet. Onze organisatie probeert deze vrouwen bewust te maken van hun rechten en hen aan te moedigen om aangifte te doen. Daarin worden zij verdedigd door – vaak vrouwelijke – advocaten die werken op vrijwillige basis. Soms resulteert dit in gerechtigheid, soms niet.”

4. Is het niet frustrerend om heel hard te vechten voor gerechtigheid en het niet altijd te krijgen?

“Soms wel. Maar ik put kracht uit de kleine veranderingen die we teweegbrengen. Openheid en geloofwaardigheid zijn daarbij kernwaarden. Het is een langzaam proces, maar ik zie verbeteringen. Het opleidingsniveau van Dalit vrouwen is bijvoorbeeld flink gestegen in de afgelopen jaren. Daardoor is werk vinden voor hen veel makkelijker, wat ervoor zorgt dat ze onafhankelijker worden en meer voor zichzelf opkomen. Ook al gaan de veranderingen moeizaam, in mijn strijd voor sociale gerechtigheid ga ik door.”

In mijn strijd voor sociale gerechtigheid ga ik door.

5. U werkt al 10 jaar samen met Mensen met een Missie. Hoe ervaart u deze samenwerking?

“Mensen met een Missie heeft een unieke aanpak. Zij gaat niet voor explosieve korte termijn resultaten, maar investeert juist in lang termijn oplossingen. Bovendien legt Mensen met een Missie niet op hoe wij te werk moeten gaan, maar stimuleert en verrijkt zij de manier waarop wij al decennialang werken. In mijn ogen is deze vorm van ontwikkelingssamenwerking de meest effectieve.”

Gerelateerde verhalen

Wij geloven dat échte veranderingen van onderop komen.
Daarom steunen wij kleinschalige lokale initiatieven.